Financieel Dagblad: Raadsleden verliezen invloed op regionale samenwerking

Financieel Dagblad: Raadsleden verliezen invloed op regionale samenwerking

Het risico is groot dat raadsleden nog meer dan nu al het geval is hun greep verliezen op de regionale samenwerkingsverbanden, waarin hun gemeente met buurgemeenten participeert. Raadsleden stellen dan nog wel ieder jaar de contributie vast voor die samenwerkingverbanden, maar kunnen er geen wezenlijke invloed op uitoefenen. Daarvoor waarschuwde voorzitter Jacques Wallage van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) woensdag bij de presentatie van een rapport hierover. Volgens Wallage dreigt de lokale bemoeienis met de bovengemeentelijke samenwerkingsverbanden zodoende ‘een papieren tijger’ te worden. ‘Dan is er sprake van een democratisch tekort dat vroeger of later het lokale draagvlak zal aantasten.’ Directe aanleiding voor het Rob-advies is de grote decentralisatieoperatie per 1 januari van dit jaar. Het Rijk hevelde toen de jeugdzorg, grote delen van het arbeidsmarktbeleid en de langdurige zorg voor ouderen en gehandicapten over naar de gemeenten. Om dit nieuwe takenpakket aan te kunnen, zijn veel lokale overheden nog intensiever met elkaar gaan samenwerken in bovenregionale samenwerkingsverbanden. Wallage begrijpt dit: ‘Voor deze decentralisaties ligt een grotere schaal dan de gemeenten nu vaak hebben voor de hand.’ Maar gemeentelijke herindelingen zijn niet populair en zodoende is er volgens hem maar één weg: een samenwerkingsverband. Keerzijde hiervan is wel dat veel raadsleden het gevoel hebben dat ze hierop onvoldoende controle kunnen uitoefenen. Ze missen het overzicht van wat daar gebeurt en vaak hebben ze niet genoeg inhoudelijke betrokkenheid, aldus de Rob. Wat Wallage betreft moet dit anders. Raadsleden kunnen bijvoorbeeld ‘rapporteurs’ benoemen die permanent kritisch bekijken wat er in de samenwerkingsverbanden gebeurt. Gemeenteraden die samen een samenwerkingsverband bestieren, kunnen onderling afstemmen welke raad welk samenwerkingsverband extra onder de loep neemt en de collega-raden informeert. Ze kunnen ook hun eigen wethouders vaker ter verantwoording roepen over wat zij bovengemeentelijk uitspoken. Wethouders moeten het ook zélf als hun taak zien om hun raad bij het samenwerkingsverband te betrekken en de raad een oordeel te laten vellen over de besluiten vóór zij er al zelf allerlei knopen hebben doorgehakt. Ook de provincie zou als ‘bewaker van de kwaliteit van het openbaar bestuur’ meer aandacht besteden aan de samenwerkingsverbanden.